dinsdag 16 december 2008

warmte

Ik heb het koud. Buiten is het een graad of twee. Binnen heb ik besloten om het wat tropischer te maken. De kachel niet zoals gebruikelijk op de kou van 19,5* ingesteld, maar op een heerlijke dertig*. Ik wil even niet denken aan het milieu of de droge huid die ik krijg. Ik wil de hitte voelen als een lekkere warme deken over me heen… Er is nog acht graden te gaan.

Ik mis de tropen. In een hotel waarin ik met een glas wijn of een halfkoud biertje op een balkon zit met alleen mijn onderbroek aan en een boek op m’n schoot. Achter me, op het dak van het gedeelte van de keuken van het hotel, lopen dan de apen met drie of vier te gelijk en de moederaap heeft een babyaap aan haar nek hangen.

Maar nee… Met nog zes graden te gaan zit ik in m’n t-shirt te kijken naar het scherm van mijn pc. Een docu waarin de schrijver met open blouse en ijskoud biertje, zijn zwartgallige visie op vrouwen, de natuur, drugs, de mens en al hun tekortkomingen en de drank die alles tot leven wekt, blootlegt. Ik word wat enthousiaster. Maar vooral doordat ik weer word meegetrokken in een wereld van warmte en drank.

Als ik dan zo langzaamaan word meegezogen in de warmtedeken, moet ik opeens denken aan een incident uit m’n jeugd. De tijd dat ik nog sportte (althans fanatiek) Ik ben eens op judokamp geweest.
Op de kamers in papendal, waar je met zo’n acht man op een kamer sliep, had je douches… Maar je mocht er niet douchen. En toen ik, verlangend naar een hete douche, bedacht dat we dan een sauna konden maken door alleen de warme kraan open te draaien, liep dat plan iets anders dan gepland. De gehele kamer was gehuld in de stoom van de douche en hier en daar bleken er gaten te ontstaan in de muren. Geen idee waarom, maar alles leek wel lek.Uiteraard was er een straf. Mijn argument dat we niet letterlijk hadden gedoucht, maar alleen de kraan hadden open gezet, werd niet serieus genomen.

Met nog zo’n drie graden te gaan begin ik eindelijk wat rozig te worden. Het koude biertje smaakt goed. De sigaret brandt vrolijk. En de ontspanning in mijn lichaam begint te komen. Niet meer die stramheid die de kou je geeft. Helaas is dit maar tijdelijk. Het zal zo tijd worden om de ramen open te doen en de frisse lucht weer een kans te geven… de longen te ontlasten en de hersenen de zuurstof te gunnen die zo hard nodig is. Ik denk niet dat ik de 30* haal.

12 jaar oud en ik wordt gewekt rond een uur of twee ’s nachts. Iedereen die om welke reden dan ook straf verdient, wordt uit zijn of haar bed gelicht… straftraining. Aangezien de sporthal niet open is, wordt er een alternatief bedacht. Een parcours van een km wordt uitgezet en iedereen moet lopen. Om de minuut wordt er een order geschreeuwd: “KIKKER, spring als een KIKKER”, “op de BUIK en SLUIP over de grond” of “loop op z’n hondjes”, wat wil zeggen op handen en knieën.

Ik zelf prijs me gelukkig dat ik een nachtbraker ben. Ik heb m’n kleding en schoenen nog aan. Er lopen wat gasten rond in enkel een pyjamabroek. Als ik na een uurtje of drie terug op de kamer zit, zie ik de schade bij een maat van me: Gescheurde teennagels en met stront besmeurde hielen, tenen, knieën, handen en zelfs op de neus…

Zonder het te merken is het 30* in mijn huis geworden. Ik voel me goed, maar mijn armen en benen slapen zo erg dat ik even een minuutje of vijf nodig heb om ze weer in beweging te zetten. Ik neem me voor nog een biertje te nemen, lekker koud en dan hopen op een mooie droom.

dinsdag 9 december 2008

Gepokt, gemazeld en geschubd

Het gaat goed de laatste tijd. Ik weet mijn gedachten te verstrooien, mijn lichaam in beweging te zetten en helder na te denken over het hoe en waarom dingen zijn. Altijd moet ik denken aan de filosoof Schopenhauer en zijn eerste stuk over de wil. Niet dat ik dat ooit heb gelezen heb. Ik heb het wel een paar maal geprobeerd, maar laten we eerlijk zijn: filosofisch denken, is wat anders dan over die gedachten lezen, laat staan begrijpen. Wie heeft nou de ethica van Aristoteles gelezen. Wat een onzin… denk ik.

Maar goed de ‘de macht des willes’, een geinig boekje over wat we willen en wat we kunnen. En wat ik begrijp uit de samenvatting van een alinea of twee, is dat we wel een wil hebben, maar dat we niet kunnen doen wat we willen. Elke vlieg die we tegenkomen is van invloed op wat je kan en wat je wil. Of om het duidelijk te maken: Je wil elke vrouw besteigen die je tegen komt, maar je lul krijgt niet het bloed waarvan je vind dat het recht op heeft.

Zo ondervind ik het ook de laatste tijd. Niet dat ik elke vrouw wil besteigen… (je moet wel schiften), maar ik word beperkt door een nieuw fenomeen in m’n lichaam. Ik heb alle kinderziektes gehad en alles (letterlijk) overleefd, maar nu heeft een fijne huidziekte zich genesteld in mijn armen en benen. Een plek of tien op elke arm en been, die het midden houdt tussen psoriasis en lekkere 2de graad’s brandwonden. Net als de waterpokken in mijn jeugd jeukt het zo, dat het echt pijn doet. Denk dan aan een diepe wond die continu besprenkeld wordt door jodium.

De zalf van de dokter maakt ’t niet bepaald beter. Als iemand een idee heeft over hoe een brandwond eruit ziet. Die weet wat ik bedoel. Ovale plekken en zo diep de huid ingedrongen dat je de witte uiteinden van de adertjes ziet liggen en geen huid te bekennen. Ik weet dat het geen psoriasis is, want daar heb ik plaatselijk ook last van en dat jeukt (bij mij) niet zo erg als deze plekken.

Maar goed om dit verhaal even af te maken. Als je geestelijk best aardig in je vel zit betekend dat nog niet dat het lichaam zich ook zo voelt. Wie weet is het wel een geinige variant van malaria opgedaan in een Aziatisch land. Want de laatste keer ben ik domweg mijn Malarone-pillen vergeten mee te nemen. Niet bepaald verstandig in een tropisch gebied. Maar ook dit zal wel overgaan en kan ik lachen om de nieuw verworven littekens die al talrijk mijn lichaam versieren. Je moet gewoon niet alles willen.




donderdag 27 november 2008

bloed prikken 2 (de waarden)

De uitslag is binnen. De waarden van mijn bloed zijn gemeten. De lever is niet aangetast, net als de nieren. Dus al dat jaren werk is voor niets geweest. Aan de andere kant is mijn cholesterol te hoog, net als de waarden van m’n schildklier.
‘Drinkt u alcohol’ vroeg de dokter.
‘Met heel mijn hart’ was m’n antwoord.
‘ah, dan kan ik de hoge waarden wel verklaren. Vind u het erg als er nog een keer wordt geprikt over een maandje of zo, want hoewel de waarden niet verontrustend zijn, zijn ze wel wat hoog.’
‘Ja, hoor, ik kan nog wel wat bloed missen. Ik hou toch nog wel een litertje of wat over, toch?’
‘Alleen dan moet u wel twee dagen nuchter blijven. Of gaat dat een probleem worden?’
‘Dat gaat een probleem worden.’
‘Ehm, oke in dat geval moet dan wat minder drinken dan normaal en om twaalf uur niks meer tot u nemen, gaat dat lukken?
‘Dat weet je nooit, het kan zo maar eens gebeuren.’
‘Oke, dus u doet uw best?’
‘Dat weet je nooit, het kan zo maar eens gebeuren.’

Ze pakt een formulier en kruist de betreffende onderdelen aan en krast de codes in de bovenhoek. Na het A-4-tje aan me te hebben gegeven, vraagt ze of dit alles was. Ik ontken:
‘Nee, een derde bal is iets goeds toch?’
Ik laat m’n broek zakken en trek de twee al volgroeide ballen naar de zijkant. Een prachtige paarse bobbel naast mijn zak springt in het oog.
‘Hij komt en gaat wanneer ie maar wil, maar heeft wel de neiging groter te worden dan zijn broeders.’
Ze wrijft met twee vingers over de bal en fronst een beetje. ‘Heeft u werkelijk het gevoel dat het een testikel is?’
‘Nee, niet echt maar ik wilde even een vrouwelijke hand daar waar ie de laatste tijd het hardst nodig is.’
‘Mmm, oke het is een onderhuidse ontsteking en die gaat vanzelf weer weg, maar kan ook weer zo opnieuw opduiken. We kunnen het wegsnijden?’
‘Nee, laat maar. Ik ben niet zo van de scherpe voorwerpen in die regio.’
‘Dat was het?’
‘Dat lijkt me wel, ja.’

Op de fiets naar huis zit ik wat ongemakkelijk op het zadel, drie ballen zijn moeilijk te verdelen. Maar ik fiets zo hard ik kan naar huis. Ik heb een ietwat droge keel.

dinsdag 18 november 2008

donker

Ik weet niet wat ik heb de laatste tijd. Ik heb het koud, mijn geest is leeg, verward en vooral down. Eigenlijk weet ik wel wat ik heb, want ik heb het bijna ieder jaar. En veel mensen zullen het misschien wel herkennen. Een ongelofelijk gevoel van eenzaamheid en een onrust in het lichaam, zo erg dat twee minuten stilzitten af en toe een onmogelijkheid is.

Kijken naar een film of serie is niet te doen, omdat ik elke keer weer opsta om wat te eten te maken en dat eten vervolgens weer wegstop, omdat ik geen trek heb. Ik vergeet dat ik de muziek heb uitgezet en hoor toch telkens weer hetzelfde liedje. Ik ga naar de wc terwijl ik niet moet. Ik staar soms een oneindigheid in het niets van mijn computer en besef pas later dat die oneindigheid maar een paar minuten duurde en dat de dag en avond nog lang is. Ik heb geen zin om me te wassen en geen zin om me smerig te voelen. Dus ik stap onder de douche die zo heet is dat het op een gegeven moment pijn gaat doen in mijn schouders. Als ik me dan afdroog ben ik vergeten zeep te gebruiken.

Ik speel wat met de katten maar na een tijdje voelt het lichaam zo zwaar aan dat ik moet liggen op de bank. Daar draai ik een sigaret en als ik die opsteek zie ik het aan de andere kant van de kamer roken uit de asbak. Ik doe dat uit en loop naar boven om de was te doen. Boven gekomen blijkt de was al opgehangen en zelfs al droog te zijn zonder dat ik me kan herinneren dat ik die was heb gedraaid.

Maar dat alles geeft niet want het is vanzelf weer over, zonder precies te weten wanneer. Maar meestal begint het te verdwijnen als de zon de overhand gaat nemen in de dagen. Ik hou van de hitte die eigenlijk nog veel te weinig voorkomt in Nederland. Het vreemde is wel dat ik een nachtmens ben en graag een zo’n donker mogelijke zonnebril draag zodat het lijkt alsof het avond is. Ik hou van warmte en van feestdagen wanneer ik zelf mag besluiten wanneer het een feestdag is. Misschien komt het daar wel deels door.

donderdag 13 november 2008

bloed prikken

Eens in de twee jaar hoort een persoon die pillen slikt ter bevordering van zijn geestelijke gezondheid, bloed te prikken. Nooit geweten, ook nooit bij nagedacht. Ik kan niet zeggen dat ik bang ben voor het aftappen van wat bloed. Gewoon een naaldje in de arm, buisje erbij en gaan. Het is de eerste keer voor mij in de ruim acht jaar dat ik de legale xtc slik. De wondermiddelen van de psychiatrie. Ik vraag me alleen af waarom de mensen die mij geestelijk proberen bij te staan, nooit eerder het idee hebben gehad om mij te laten testen. Eens in de twee jaar moet alles gecontroleerd worden, zo men zegt. Misschien komt het wel door het vuistdikke dossier dat ik elke keer bij de begeleider in de handen zie liggen. Meestal ligt dat opengeslagen op het vel wat beschreven is met het verslag van het voorgaande gesprek. De rest is vaak moeilijk te vinden.

Elke keer als ik bij de psychiater kom, niet bijzonder liefkozend “de stuffrokende indiaan” genoemd door een mede drinker en “hulpbehoevende” vriend, ligt zijn pakje marlboro naast de pen en het dossier. Meestal heet ik Martijn of Jeroen, of ‘o nee, je bent zijn broer natuurlijk.’ Veelal krijg ik de halve doses medicatie meegestuurd die ik in een maand nodig heb, omdat hij met mij besproken heeft te minderen, terwijl ik kennelijk bij dat gesprek niet aanwezig ben geweest. Maar dat geeft niet, zoveel patienten op een dag is niet makkelijk en zo nu en dan vergeet je wel eens dat je horloge 16.00 uur aangeeft in plaats van 17.00 uur. De tijd om af te taaien en lekker relaxed op huis aan te gaan.

Maar morgen moet ik dus bloed prikken. Even testen of de nieren nog werken, de lever (uiteraard), de schildklieren en mijn cholesterol. Vanaf tien uur nuchter werd me verteld. Dat geld voor drinken en voor het eten. (Ik vraag me af of daar ook het drinken van water bij hoort.) Ik heb nog speciaal gevraagd of alcohol nuttigen werkelijk niet bij het nuchter zijn hoorde. En ik kreeg het serieuze antwoord dat dat het geval was. Gelukkig kreeg ik van een ander het advies dat twaalf uur makkelijk als uitgangspunt genomen mocht worden. Ook de vraag wanneer ochtendurine, ochtendurine is, was geen simpele vraag. Ik sta tegenwoordig rond een uur of half elf op, maar ik moet gedurende de nacht wel twee tot drie keer naar de wc. Welke plas mag ik rekenen tot de juiste ochtendurine. Wie van de drie zullen we maar zeggen.

Het is nu een uur of elf, dus ik heb nog een uur. Ik heb vandaag welgeteld 1 tosti naar binnen weten te krijgen. En de trek in eten wil maar niet komen. Het rare is dat de biertjes des te gewilder mijn keelgat inlopen. Ik rook me te pletter. En ik vraag me af of ik vannacht wel zal slapen. Het is des te stupide omdat ik normaal gesproken daar geen moeite meer mee heb. Het aantal biertjes dat ik tot mij genomen heb, is al anderhalve keer meer dan in de laatste drie dagen bij elkaar. Hoe gek kan je jezelf maken als je de vrijheid niet hebt om dingen te laten? Hoe gek kan je je maken als je geen keuze kan maken? Gewoonweg omdat die er niet is. Gelukkig hoef ik geen keuze te maken uit zoiets triviaals als het eten van bloembollen of de rond je neus en ogen cirkelende vliegen

zo maar ff

Als je eenmaal bezig bent je neushaar te plukken, kom je er achter dat je daar best genoeg haar aan over houdt om je kale kop er mee te implanteren.

woensdag 12 november 2008

scheurtje

Afgelopen donderdag was het sinds een lange tijd weer eens benauwd in m’n kop. Een vriend van me had het idee geopperd tweedehands kleding te halen bij zo’n mooie christelijke organisatie. Nee het was niet het leger. Deze organisatie heeft een protestantse inslag. Kies zelf maar wat erger is. Wel nobel werk toch, de armen helpen?

Als ik de auto uitstap, steek ik gelijk een sigaret op. Een bijna volmaakte handeling geoefend door de jaren heen. We lopen stevig door, omdat we vroeg bij de deur willen staan. Daar aangekomen zijn we de enigen. Geen spoor van andere behoeftigen. Het feit dat we op de goede plaats zijn is wel te zien aan de auto’s… een mooi gestileerde vis op de achterbak gestickerd. Na tien minuten komen ook andere mensen bij ons staan… het zijn veelal Polen, Turken en Afrikaanse mensen.

Het is nu tien over twee en de groep wachtenden is uitgegroeid tot zo’n vijftig man. De vissen zijn te laat. Als dan de deur open gaat, stapt een baardige man naar buiten met een rieten mandje met papiertjes er in gelegen. Snel begint iedereen zich naar de man toe te douwen en probeert een papiertje te pakken. Nummertjes... Als iedereen een nummertje heeft, begint de man een verhaaltje af te steken: “We zijn een organisatie die mensen helpen die het niet zo breed hebben. De nummers zijn in willekeurig volgorde, zodat iedereen die hier naar toe komt gelijke kansen heeft. De man die ongewild geen werk heeft en hier op tijd kan zijn, tot de alleenstaande moeder die net haar kinderen hollend heeft weggebracht naar school en hier niet op tijd kan zijn om vooraan te staan.” We begrijpen het.

Ik mag met de eerste groep mee naar binnen. Binnen gekomen zijn alle mensen als sprinkhanen bezig de akker leeg te vreten. Ik zie een geinig zwart truitje en ik hou m voor m’n bast, maatje s… voor vrouwen. Ik hou van een bloot buikje, maar ik denk niet dat de mensen zitten te wachten op mijn kolossale harige gorillabuik. Een vrouwelijke vis komt naar me toe en wijst me de weg naar de mannenafdeling. Een paadje van pakweg 50 centimeter breed en drie meter lang. De mannen hebben vuilniszakken in hun linkerhand en pakken schijnbaar lukraak een trui of broek en proppen die in de zak. Verschillende truien liggen op de grond en ik probeer ze netjes op te pakken, maar ik blijf steken tussen een Pool en een Turk en een Afrikaan wurmt zich er ook bij… hij heeft iets moois gezien aan de andere kant van het pad.

Ik kan geen kant op en opeens begin ik te zweten… de mannelijk vis blijft maar door de microfoon de goedheid van de organisatie prijzen en of we niet vergeten eventueel een donatie te doen. Zijn praatje wordt een gezoem in mijn oren. Ik denk en ik denk en ik weet niet wat, m’n oksels en borst en voorhoofd drijfnat… ik kan nergens heen… weg… weg… De Afrikaan is er door en er ontstaat ruimte… ja ik kan weg… weg. Ik scheur me los van de mensen en loop of waggel eigenlijk de deur uit. Buiten is de lucht en ik adem diep en hoest me kapot… lekker frisse lucht… vrij.

woensdag 5 november 2008

kiezen

Het is vannacht weer tijd voor de Amerikaanse verkiezingen. Een hele nacht kijken naar uitslagen uit een werelddeel waar ik nooit ben geweest. Ik beken, ik kijk er niet naar uit. Het interesseert me geen reet wie er nou zal winnen. Iedereen in Nederland schijnt te willen dat Obama gaat winnen. Beter in zijn slogans, beter in zijn uitstraling, beter in zijn kiezerswerving. En kennelijk ook beter in zijn ideeën.

Dus ik heb vandaag ook maar de veelgebruikte stemwijzer eens opengeslagen. Of aangeklikt, wat u wil. Ik had wel een vermoeden wat eruit zou komen. En ja hoor na achttien keer kiezen tussen twee quotes, bleek dat vermoeden juist. Ik vond het bijna jammer. Maar veel quotes waren toch enigszins kiezen tussen twee kwaden. Want laten we eerlijk zijn, Amerikanen zijn op bepaalde ideeën toch wat achterhaald zoniet domweg achterlijk en “narrowminded”.

Het zijn de gebruikelijke onderwerpen, waar wij Nederlanders ooit wat vrijer over dachten. (Laten we niet vergeten dat onze jaren ’50 regering steeds meer vrijheden probeert in te dammen, al zijn het maar proefballonnetjes.) Onderwerpen zoals euthanasie, homohuwelijk, drugsbeleid (was geen onderwerp by the way, maar in mijn ogen altijd belangrijk, want iedereen moet de vrijheid hebben zijn leven naar de klote te helpen) en het dicht plamuren van de grenzen en het uitzetten van illegalen.

Maar waar het werkelijk om draait is dit: Waarom zend de tv-zender Veronica in hun november BOND- maand niet twee keer op een avond een bondfilm uit, zodat ik lekker op de bank met mijn katten in slaap kan vallen. Het zijn 22 films dus het kan makkelijk. En oke ik heb ze al tig keer gezien, maar daar houd ik van. Nu moet ik politiek bewust in slaap vallen bij de verslaggeving over de verkiezingen.

Even volledig: Obama is mijn winnaar en hij wint met 84%. Dus kennelijk ben ik op twee vragen na een democraat. Je kan niet alles hebben.

donderdag 23 oktober 2008

een god in frankrijk

Ik vond laatst een foto in mijn hoofd. Een jonge griekse god met een roodgebruinde huid. Gestrekte armen boven een vuur. De ogen verwilderd blij, bezeten haast. En een ontzettend lelijke blauwe gebloemde korte broek. De vlammen trotserend met de borst, alsof de brand opgezogen moet worden om met kracht de wereld te veroveren… de liefde te pakken, pijlen te sturen naar de liefde die buiten beeld valt.

Donkerbruin haar en de ogen licht in een loens gelegen. De lippen rood doorbloed, vol en fijn. Ze praten met me. De ogen kijken me aan terwijl ze met haar mond iets tegen me wil zeggen. Na al de jaren in frankrijk ben ik niet verder gekomen dan tot twintig te tellen of een stokbrood bestellen. Wat meestal mislukt als ik het brood niet gewoon aanwijs. Maar zij… ik versta haar. Wat ze ook verteld ik zuig het op en denk te weten wat ze allemaal verteld.

Ze knielt voor me en zegt iets. Ik knik ja en ik lig half op mijn ellebogen te steunen terwijl zij de zonnebrand pakt en mijn voeten begint te strelen en mijn kuiten… m’n knieën… knieholtes en langzaam ook m’n dijen. Steeds verder omhoog waarbij ze me aankijkt…naar me staart.

“s Avonds is er een feest op de camping. En omdat er totaal niks anders te doen is, gaan we er naar toe. Ik schreeuw het uit bij een bekend nummer van REM en samen met m’n vrienden dansen we. Rare bewegingen maken, heerlijk los.

Bezweet kronkel ik tussen de campingfeestgangers door op weg naar de wc. Het tl-licht doet pijn in mijn ogen. Maar daar is ze… ja fijn. De mooie lieve rode lippen zoenen een blonde jongen. Je nést pas moi. Ontgoocheld ren ik naar mijn tent en draai een biertje open. Heb ik iets verkeerds gevoeld, verkeerd ingeschat, iets verkeerd gedacht, iets verkeerd… iets verkeerd…

De volgende ochtend trekken we weer naar het strand, iedereen ligt daar. Zij ligt naast hem. En ze frummelen aan elkaar. Na een uur of vier voel ik me zo rot dat ik besluit mezelf van kant te maken. Ik loop het water in en ik wil niet meer boven komen. Zo ver als ik kan loop ik door. Aan de overkant gekomen barst ik in huilen uit. Ik houd me vast aan de rotsen en het glibberige rivierwier.

dinsdag 21 oktober 2008

maatje

Ik hou van televisie. Vooral dan ’s avonds een potje voetbal. Met een lekker muziekje op de achtergrond. Eigenlijk hield ik van de tv meer dan welk onderdeel van mijn leven ook. Het brengt een soort leven in de kamer. Hoewel de laatste tijd ik meer achter een pc-scherm zit te staren en dingen te (dag)dromen. Ik loop in de kamer naar voren en naar achteren en eigenlijk verveel ik me meer dan ik wil toegeven.

Maar ik heb er een tv-maatje bij. Een meisje dat ook nog, het kan niet beter, graag de bal ziet rollen. Zit ik op de ene bank te zitten, zit zij naast me op de leuning. Een beetje te hangen tegen mijn schouder. Bij een actiefilm schrikt zij net als ik bij een explosie… en dan kijkt ze me met wat geknepen ogen aan.

En als ik dan eindelijk besluit lekker languit op de andere bank te liggen, komt ze bij me hangen. Behalve bij voetbal. Dan zit ze vol spanning op de leuning van die bank te kijken naar de bal en de combinaties die de spelers proberen te maken. En als er een schot komt strekt ze net als ik de benen. Ik, omdat ik af en toe mee voetbal. Zij omdat ze het balletje wil pakken.

Het enige vervelende is dat ze mijn zicht soms belemmerd bij het voetbal kijken. Aan de andere kant is ze wel een stuk leuker om te zien. Maar das logies.

zaterdag 18 oktober 2008

"fascism is coming back, man... I love it"

Ik heb geen verstand van politiek. Vroeger wilde ik het nog wel eens volgen. Zelfs een beetje proberen te veranderen. Wat ik nu zie is dat de wereld een beetje moe is na zeven jaar terrorisme. En ik denk dat ik niet de enige ben die dat ziet. Er zullen vast mensen zijn, in de wat hogere kringen die dat ook door hebben gehad.

Regel 1 in het handboek van fascisme is, hou de mensen bezig door op hun angst in te spelen. Goed het kan ook regel 2 of 3 of wat dan ook zijn. Ieder weldenkend mens ziet dat er een lacune is ontstaan nadat het Oostblok gevallen. Dat is geen geheim, bepaald niet. En sindsdien proberen degenen die het voor het zeggen hebben, elke gelegenheid aan te grijpen om mensen angst aan te praten. Eens kijken. Ik babbel maar wat, maar je had de eerste golfoorlog. Dat ging om olie geloof ik. Toen de overlegperiode in de jaren negentig, met hier en daar wat oorlogjes op de Balkan en in Afrika. Toch wel een periode van vrijheid blijheid.

Toen kwam na een decade freewheelen eindelijk schot in de zaak. Een fijne aanslag op het geldcentrum in het hedendaagse Rome. Daar moeten de heren en vrouwen (niet discrimineren toch) wel blij van zijn geworden. Eindelijk kans om landen binnen te vallen die iets met olie te maken hebben. En toch ook wel de wapenindustrie die weer een push kreeg, mooie nieuwe tanks en speciale wapens die uitgetest konden worden. En de vervolmaking van de slimme bom (oftewel een cameraatje erop gelijmd). Niet dat dat enige waarde had voor de mensen die eronder kwamen.

En dan de verschillende wetten die opeens overal van kracht werden. De rechten van de vrije mens, onder het mom van de vrije mens moet gewaarborgd worden, weggehoond. En de vrije mens werd bang. De economie ging wel best volgens mij. Maar die formule werkte niet lang, jaartje of zeven en toen moest er weer iets nieuws komen. Ah een economische crisis! Dat moet altijd wel inslaan. Voordeel daarvan is dat je net als in Rusland verschillende banken en bedrijven door de staat kan laten overnemen. Oftewel regel 2: beheers de economie zodat mensen afhankelijk van je gaan worden.

Is dit niet een beetje ongenuanceerd en kort door de bocht? Tuurlijk!! Maar er zal toch wel een regel hier en daar waar zijn. Het leven is een gok. En daar moet je verstand van hebben. Ik stem al jaren blanco, ik heb totaal geen verstand van politiek of het leven. Ik ben geen kapitalist of communist. Of iets daartussen. Dat is om het even.

donderdag 16 oktober 2008

het is weer het weer niet

Met zijn blote voeten loopt hij door het zand. In z’n rechterhand een plastic bekertje met rode wijn. Een dubbele anders blijf je halen. Het is net als altijd op welk kolere festival dan ook… dat klote bier zet geen zoden aan de dijk, aangelengd met water of wat voor smerig spul dan ook om die goede vijf procent of meer onderuit te halen. Het lopen door zand is best zwaar, maar de hitte is aangenaam. Lekker zweet dat een beetje zoetig ruikt. T. voelt zich goed… idiote mensen kijken die staan te dansen of met elkaar bekken. Af en toe mensen die duidelijk een pilletje te veel hebben genomen en languit in het zand liggen. Hij moet er niet aan denken: Zweet bedekt met zand… een pilletje zou ie wel lusten.

Bovenaan de duin bekijkt ie ‘t terrein beneden hem, een deinende mensenmassa die elk hun eigen wil hebben en van tent naar tent trekken… optredens van band tot band volgend en het zachte gras vernietigend. Over een paar jaar zullen ze zelf rottend eronder liggen. Dat is een geruststellende gedachte.

Na een kwartier, kennelijk in gedachte verzonken, ziet hij opeens een gast met een hondje… zo’n wit ding met veel haar voor z’n ogen. Dat past niet bij die kerel. Zelf groot en fors, een spijkerjack zonder mouwen eraan om z’n harige schouders gehangen… type neanderthaler.
Lachen!… Hoewel? Dat kleine hondje doet niet wat die reus wil. En voor T. beseft wat er gebeurd ziet hij het hondje een halve meter omhoog vliegen… “schopte die gozer ‘m nou?”

En voor die gedachte ten einde is, trekt die gozer aan de hondenriem en hangt de hond op voor een seconde of drie. T. neemt een aanloop en met een karatesprong trapt ie de gast in z’n rug… die valt voorover en terwijl hij neerkomt draait ie zich om kijkt T. recht in ’t gezicht. “Die kijkt niet blij.” Naast ‘m duiken opeens vier andere neanderthalers op. “Oeps!”

De benen beginnen te verzuren, de hitte is nu zo lekker niet meer… Snel, snel… snel, snel… schnellllll!!! Voor T. kan bedenken wat ie moet doen duikt hij een willekeurige tent in… en die heeft maar een uitgang… de apen zitten hem op de hielen. En “godver, ze hebben knuppels, waar halen ze die nou weer vandaan?” Hij struikelt en op de grond kijkt hij waar die klootzakken zijn. Hij voelt iets warms in zijn buik en ziet een knuppel op z’n gezicht af komen. Het laatste wat hij kan denken, is: "Het is weer het weer niet!"

donderdag 9 oktober 2008

we lossen het wel op

Mijn wekelijkse uitstapje om een klein uur achter een bal aan te hollen en om daarna de verloren gifstoffen weer aan te vullen, was weer eens aardig geslaagd. En nee er was geen voetbal op tv… en nee het hoofdonderwerp was niet sport.

We waren niet met veel, een mooie vier tegen vier… zelfs de meest fanatieke en lange adem lopers waren hier en daar hun adem kwijt. De mensen die het weten, weten het. Na een lange douche werd begonnen aan het zeer wisselende gesprek.: “Als de banken zich gewoon rustig houden en de rente stabiel, dan komt het wel goed.” Jawel een onderwerp waar ondergetekende de balle verstand van heeft. Papieren (/computer-) geld van miljarden waar mee geschoven wordt. Ik geloof dat we besloten hebben dat IJsland nu van Nederland is… “Dan moet Nederland wel winnen zaterdag van IJsland” He, toch voetbal… zijdelings inderdaad.

“Zeg, hoe ging het nou ook al weer met de laatste krach in ’29. Iets dat Amerika Duitsland teveel had geleend en dat de banken ’t ook niet konden trekken?” Er klinkt gemompel uit de hoek waar normaal de tv staat. De leraar Russisch vertelt dat in duitsland de geldbriefjes van 10 miljard mark! zo’n vijf cent in werkelijke waarde waren. We knikken instemmend.
“Was dat niet ten tijde van Hindeburg.”
“Nee dat was ten tijde, van kom hoe heet dat stadje nou”;
“Weimar”
“Oja de Weimarrepubliek”
Het is altijd handig om iemand naast je te hebben zitten die de feitjes uit zijn hoofd weet te vissen.

Uiteraard kwamen de mooie vrouwen van het werk ook weer aan bod. En uiteraard moest ik weer verschillende dingen onthouden die het waard waren te onthouden. Zoals de vrouwen die met mensen neuken om omhoog te komen… gister klonk het hilarisch. Niet altijd werkt het geheugen… maar we hebben wel verschillende problemen in de samenleving opgelost… en zo hoort het ook.

dinsdag 7 oktober 2008

muze

We zijn weer begonnen. Two Headed Dog. De muze in mij draaft door en de wil te kunnen schreeuwen en krijsen, gek te doen en vol vervoering teksten te resumeren groot. Helaas is onze oude drummer niet lekker en de nieuwe moet nog wennen.

Ik weet niet wat de toekomst brengt. Ik hoop dat ik mijn emoties niet kan controleren en dat de muziek mij verlichting geeft… Wat mensen ook denken, wat mensen ook zeggen… Ik moet en zal mijn ding doen… in hoeverre het doodsverlangen en de opluchting in pijn zijn tol speelt… het tast mijn wil te leven en creëren niet aan… Ik zal en ik moet … er is geen enkele andere remedie te verzinnen. Behalve misschien liefde?

Maar de laatste vrouw waar ik mee heb gepraat en heb geflirt, dacht er heel anders over. Na vele leuke gesprekken vertelde ze mij dat ze voor het eerst had geflirt in haar leven. Ik was niet aanwezig in de desbetreffende kroeg, dus ik kan met zekerheid zeggen dat ik het niet was.

Dat soort dingen krijg je niet uit je hoofd. En achteraf ben ik daar ook wel weer blij om. Heb ik er weer een muze bij om mijn zogenaamde smart te ventileren. Weer een idee om mezelf belachelijk te maken, en weer een idee om lekker zielig te zijn. Dat kan af en toe erg opluchten. Laat cynisme me brengen waar ik wil zijn. Daar waar ik kan liggen in mijn ton en het kleed me beschermt in de kou van mijn wispelturige gedachtengang. Carpe noctum.

zaterdag 4 oktober 2008

ongewild gewild

Het goedkope bierblikje ligt in de hand. Het is wel koud, maar dat mag ook wel in de winter. Ik zit tegenover een café waar ik ben geweigerd vanwege mijn lange haren. En de kisten die ik aan heb. Ik mag niet naar binnen. Ik leef in een forenzen- slaapstad. Een boerendorp dat per ongeluk is uitgegroeid tot een groot boerendorp. Bij elke auto die voorbij rijdt steek ik mijn voet uit en laat ik de banden van de auto er over heen rijden. Waarom? Ik weet het niet. Provocatie? Interessant-doenerij zal het wel zijn. Het doet geen pijn, al zou je dat wel verwachten. Na een uurtje komt er een meisje bij me zitten. En ze wil met me praten. Dat is weer eens wat anders, denk ik nog.

Hoe langer we praten des te grappiger ik haar vind. En door de drank en kou zoen ik haar ineens op de mond… dat voelt best lekker. En op een of andere manier schijnt zij het ook wel leuk te vinden. Mmm. Vreemd. Dat heb ik niet eerder meegemaakt. En voor ik het weet staan we op het kerkplein te vunze alsof de lantarenpalen ons niet zien. Op het moment dat ik mijn hand haar broek in wurm om eens een potje te gaan vingeren zoals ik dat (letterlijk) nog nooit heb gedaan, besef ik wat ik heb beloofd.

Haar vriendinnen gaan naar huis, ze moeten twee uur thuis zijn. Zij wil niet en met mijn stomme kop beloof ik haar thuis te zullen brengen, zodat haar ouders niet ongerust zullen zijn. (Aan wie vraag je zoiets?) Zodra mijn hand iets nats voelt, begint het ook te regenen in mijn hoofd. Blijkt ze te wonen in een dorp zo’n 20 km vanwaar ik woon. Mijn strakke broek wordt iets minder strak en de lust verdwijnt. Ik kijk haar eens zo aan en denk, “dat is ook niet best”. De ontnuchtering is compleet.

Na zo’n tien km te hebben gefietst vind ik welletjes. Ik zeg dat ik heel erg moe ben en dat ze best nog dat laatste stukje alleen kan doen. We zoenen nog wat en ik ga op weg naar huis. Ik vind het een kolere eind. Maar ik ben dan ook een watje. En op weg schiet er ook nog eens een bliksem in m’n hoofd… ze zit bij biologie in mijn klas… Ik besluit me een weekje ziek te melden.

De woensdag daarna stond ze voor mijn deur. “Beterschap”… ja dat hoopte ik ook.

woensdag 1 oktober 2008

allergie

Ik heb een gezonde fascinatie voor dingen die kunnen of niet kunnen. Alles dus? Nee. Een tikkeltje gezonde fascinatie voor dingen die te maken hebben met het geloof. En dan vooral het jodendom en christendom. De islam heb ik niets mee. Ik weet niet waarom. Ik heb boeken die gaan over de echte Jezus, biografieën zo gezegd. Dat kan niet, want in de echte (Romeinse/joodse) geschiedschrijving zijn er maar een of twee opmerkingen die van een belangrijke Jezus spreken. De rest wordt gehaald uit onze blijde boodschap.

Ik vind iconen leuk en rare kruizen. Ik hou van muzikanten die bevlogen en bezeten worstelen met hun geloof en vooral met zichzelf. Ik hou van kerken en cathedralen. De vormen waarin de kerken verdeeld worden; de glas in loodramen; de doodskoppen op de vloer; de bijna onleesbare grafteksten; de kou van de wind die waait door de kerk (blij dat ik geen kerkganger ben, het spreekwoord klopt); het matheuspassion in een kerk; en dus de boeken die gaan over het geloof. En oja, de musea die zijn gevestigd in oude synagogen.

En dan kom ik wel eens mensen tegen die hun rotsvast geloof in de man/vrouw met de baard of dingen die we “niet kunnen zien, maar er wel degelijk zijn”, plotseling in een gesprek mijn kant opgooien. Ik krijg daar dezelfde spontane braakneigingen bij, zoals Stan uit Southpark krijgt, wanneer zijn vriendinnetje hem probeert te zoenen. Ik krijg gevoelens in het kruis alsof er een onverdoofde castratie bij me wordt uitgevoerd. En vooral krijg ik nazistische gedachten dit soort mensen systematisch uit onze samenleving te verwijderen.




vrijdag 26 september 2008

zo'n mooie woensdagochtend

Het is 10.10 en mijn oren worden verrast met vreemde geluiden. Muziek lijkt het wel… maar van slechte kwaliteit… een luidspreker, dat is het. Het is geen goed tijdstip om wakker te worden. Een Amerikaans schrijver zei eens dat het geheim van een goed leven bestaat uit het opstaan rond het middaguur. Zo wordt je tenminste 70 jaar. En prettig gestoord. Daar wil ik me ook aan houden.

De muziek is iets Nederlands, Frans Bauer of weet ik veel. Muziek waar je je nabestaanden graag mee wil treiteren op je begrafenis. Helaas is iedereen dan zo “in rouw” dat ze met andere zoetsappige klotemuziek aan komen zetten. Ik kan er niet eens opkomen welke muziek ik bedoel, godzeidank.

Een rilling gaat door m’n lijf. En de muziek irriteert me zo erg dat de handen wit worden van het drukken tegen mijn oren. “Meine seele brennt”. Ja dat is een goede omschrijving… het hoofd begint te beuken op de muur om het weg te krijgen. Eerst maar pissen, maar daar in de badkamer wordt het geluid erger. Ik klim op de pot en kijk uit het raampje. Een wat ouder busje, geel en met ballonnen op de zijkant geschilderd, staat vlak na de brug te tetteren… ik hoor nu ook af en toe een schelle stem iets omroepen… er is iets wat je kan winnen… nou ik niet…

In mijn nachtkloffie, oftewel onderbroek net aangeschoten, ren ik naar buiten. Ik zal ze ns leren. Ik schiet de tuin uit en… loop weer terug. Met woorden zullen ze het niet begrijpen, ik pak een gebroken tegel, draai me om en zet het op een lopen.. de straat is lang… de focus op de wagen, de wil om niet te lijden groot en ik smijt het eerste fragment door het linkerraam van de auto… het kaatst terug, maar breekt het glas… ik pak het tweede stuk en werp het tegen het hoofd van de bestuurder… even nog… dan rust. Ik ren terug, steek een sigaret op en dan die heerlijke rust. Na het roken besluit ik er nog een uurtje of twee slaap te nemen. Dan is het een uurtje of half een. Zo word je tenminste 70 jaar. En prettig gestoord. Maar eerst pissen.

donderdag 25 september 2008

hekel aan maandagen

Ik heb een hekel aan maandagen. Al het leven van het weekend is verdwenen en de euforie van vrijheid op feestjes en in kroegen is weg. Langzaam wordt je wakker in je bed en komen herinneringen naar boven die blijven kleven in je hoofd. Je wil en moet slapen. Maar zodra de hersenen het teken krijgen te moeten denken, stoppen ze ook niet meer.

Eenmaal wakker wil het lijf eten en drinken, vooral veel drinken. Ik sta op en sprint zo hard ik kan de douche in en poets m’n tanden. Ik trek m’n kleding aan en loop naar beneden. Pak een plastic tas, loop naar buiten… ik stap op de fiets en val naar rechts… “lul… klootzak… hufter…lul… lul, doe eens normaal!!!”. Ik fiets eindelijk… en met een schuin oog naar links steek ik over.

Eenmaal in de supermarkt concentreer ik me op een punt voor me. Ik weet de weg hier, godzeidank. Met een rotgang pak ik de goedkoopste chocolademelk, melk, koude thee met bubbels, stokbrood en verschillende kaasjes. “Kassa, de kassa, kassa”. En ja hoor er staan lange rijen. Ik plant me achter de kortste en zweet me te pletter… Ik zie de mensen naar me kijken en blijven kijken. Waarom toch? Zelfs het leuke kassameisje kijkt raar naar me. Als ik me concentreer ziet ze eruit, alsof ze geschilderd is door Picasso. En dan moet de dag nog echt beginnen.

Eindelijk thuis slaat mijn hart een ritme die slecht past bij de topsporter die ik ben. Op de bank moet ik echt even bijkomen. Ik pak de choco en scheur het folie eraf. Met grote slokken drink ik het vocht naar binnen en hijg daarna weer uit. Ik draai een sigaret en steek hem op. God ik mis mijn jeugd, toen alles zo simpel leek… nu althans.

zaterdag 20 september 2008

slaap

Het is een uurtje of twee ’s nachts en de slaap wil nog niet bepaald komen. Ik heb al wat wijntjes op en de pillen geslikt die ik tegenwoordig slik. Pillen waarvan de bijsluiter zegt dat je 1: op moet passen met drank; en 2: dat je er slaperig van wordt; en 3: een hele lijst met bijwerkingen geeft (waarbij ik zelve moet oppassen ze niet hypochondrieren). Helaas is de eerste optie tot nu toe geen succes geworden en is de tweede soms van toepassing. De derde daarentegen geniet ik weer elke dag weer van.

Ik kan de slaap niet vatten. Ik denk dingen door elkaar heen. Ik kijk porno die me hooguit een pleziertje van een halve seconde oplevert. Ik ben er altijd snel bij, zullen we maar zeggen… als ’t moet. En het enige wat de hele tijd door m’n hoofd spookt, is dat ik zo ontzettend moe ben en wil slapen. Dat wat ik voor me zie zijn vervormde lullen en kutten met of zonder haar… gillende tienermeisjes van 27 a 28 jaar… vrouwen en mannen die duidelijk er zoveel plezier aan beleven dat de desbetreffende lul niet stijf te krijgen is en de vrouwen al klaarkomen doordat de lucht die tussen hun benen waait kennelijk erg lekker is.

En nog kan ik niet slapen. Ik heb het wijntje verruild voor een biertje. Dit is meer “noodzaak” omdat ik weer eens verkeerd heb ingeschat hoeveel ik zou drinken. Eens moet de slaap toch kunnen komen. Godzijdank heb ik tegenwoordig internet en een dvd-speler. Heb ik wat afleiding. Vroeger had je alleen nog maar de tv-reclames, met ene mike (“what do you think about this abdominal bla bla, mike???” “ Nou ik moet je eerlijk zeggen breedgeschouderde, te klein uitgevallen fitnesshobbit, dit is het beste wat je…”

Het is inmiddels een uur of vijf ’s ochtends. Ik lig in bed te lezen, maar na een half uurtje naar dansende letters gekeken te hebben en naar verdwaalde gedachten te hebben geluisterd, ga ik naar m’n laatste redmiddel.: Cabaret luisteren op letterlijk een oortje. En ja dat helpt een beetje. Het verdringt het malen in m’n hoofd en voel ik de rust in mijn lichaam komen. Ik vat eindelijk de slaap.

dinsdag 16 september 2008

een puber meer of minder

Ik weet niet meer hoe oud ik was… 15, 16 misschien wel al 17 jaar. En ik weet niet meer of ik al die fijne zelfmedicatie gebruikte… alcohol, weed en misschien zelfs af en toe wat sterkers. Waarschijnlijk wel… Het enige dat ik weet, is dat het gevoel van desolatie, achterlijkheid en wat voor rare, nare gevoelens dan ook, door m’n lijf gierde. “Wie niet” dacht ik. Aan de andere kant, had ik de onzekerheid altijd al gekend.

De eerste keer die ik me nu herinner is op de lage school. Ik zat in een gedeelde klas 5/6 en de zesde klas mocht zo’n idiote test doen om te bekijken hoe en of je wel intelligent was. Ik denk dat ik zenuwachtiger was dan die gasten uit het zesde bij de uitslag. Ik bleef me maar afvragen of ik de HAVO of MAVO überhaupt wel kon halen of ik zo’n test zou kunnen halen. Met andere woorden ik was toen al enigszins weggezakt in zo’n vage negativiteit. Twijfel bij alles.

Zo’n vijf jaar later was ik al een stuk “gegroeid”. M’n depressie had zulke rare vormen aangenomen dat ik in een aantal buien mezelf van een stenen trap op school afstortte en dan luchtig weer overeind stapte, m’n tas pakte en naar het volgende lokaal rende. Elke keer dat ik een verkeerd woord hoorde of uitsprak, bleven de woorden en die situaties door het hoofd spoken. Zo erg dat ik zo nu en dan thuis de muur probeerde te bewerken met m’n voorhoofd en dat er van slapen weinig kwam… Niet in het minst van de hoofdpijn.

In deze tijd, en er zijn nog veel leuke anekdotes te vertellen, steeg bij mij het idee naar boven dat het maar is een keertje over moest zijn. Ik begon langzaamaan te denken aan het hoe ik ervan af moest komen. Uiteindelijk bedacht ik dat de polsen doorsnijden het meest geschikt zou zijn.

Na een half jaar tobben over een goed tijdstip, dan moet je denken aan: Wanneer word je gevonden, hoeveel tijd het bloeden kost en in mijn geval, hoe netjes kan ik overkomen., was de tijd rijp. Ik had de volgende ochtend de eerste twee uur vrij dus kon niet al vroeg gewekt worden. Ik had keurig mooie nieuwe scheermesjes genomen en “besloot”vroeg naar bed te gaan. Het snijden deed pijn, maar de opluchting die het met zich mee bracht was vele malen sterker. Na een grote duizeling en het zwart voor m’n ogen kroop ik naar m’n bed. Voor zover dat kon.

Helaas had ik niet rekening gehouden met de lakens (ze absorbeerde het bloed te goed) en werd ik door een wat hysterische moeder gewekt. Toen besefte ik dat ik dit zelfs niet kon. Je kan niet alles hebben. Tot op vandaag de dag draag ik de littekens niet als een stigmata. Ze zijn er als het vallen van de trap, Een dommigheid die me duidelijk maakt, wat het is om weer op te staan.

Die ochtend bracht ik zelf wat bandages aan en zorgde voor een mooie blouse met lange mouwen. Mijn vader die door mijn moeder uit zijn werk was gehaald, vroeg ik om weer gewoon aan het werk te gaan. Er was immers niets ernstigs te regelen.

heerlijk een gestoorde ouder spelen

Sinds ik ben beroofd van vier verschillende bastaard poezen, heb ik zonder enig overleg met mezelf twee nieuwe genomen. Zwart-wit zoals de geest het graag wil. De een heeft een snuit gedeeld in dit zwart en wit inclusief de snorharen. (waarom hebben alleen mensen bij de twee sexen wel of geen haar, maar dat terzijde). Ik loop dus nu als een debiel te spelen met m’n twee kittens, laat ze springen, hobbelen met ofwel een propje zilverpapier of een speeltje dat nog duurder is dan dronken worden in de kroeg.

Als ze bij me komen en dat doen ze ongeveer elke keer als ze niet eten, probeer ik bij hen de namen in te prenten. Left eye, right eye, Indi, gaia, indi, gaia, indi, gaia, indi, gaia. Ik heb nog niet het gevoel dat ze werkelijk al doorhebben welke naam bij welk wezen hoort, naja. Het is ook niet al te makkelijk twee poezen tegelijk te behagen. Komt de een, komt de ander of eigenlijk bijna… als de een de aandacht van me heeft stapt de ander bovenop die ene en visa versa en dat gaat zo de hele tijd door.

Het scheelt niet veel of ik loop de hele tijd coedlie coedlie coedlie (hoe je dat ook spelt) te mompelen en m’n neus tegen die van hen te drukken, eelt op de vingers van het krabbelen over hun buik, nog erger dan bij het bespelen van een gitaar. Papa is hier, ja, ja… papa, is hier ja, ja… Met andere woorden ik denk niet dat ik aan kinderen moet beginnen… Behalve dat baby’s ontegenzeggelijk duizend keer lelijker zijn, maar dat als je eenmaal een soort van gestoorde ouder gevoelens ontwikkeld, je zelf niet bepaald normaal gaat gedragen.




vrijdag 12 september 2008

Idmons dood

Ik liep met haar langs de kant van de weg. De aanhoudende verklaringen die ik wilde horen en vragen die ik zo graag aan haar wilde stellen… stelde ik uit. Ook de onmogelijke kracht van verwildering en de kracht van de aanraking van haar haar of schouder, een streel over haar wang, moest ik met bijna superkrachten tegenhouden. ‘Thomas" zei ze "je hebt echt hele mooie ogen". ‘Weet ik’wist ik een beetje uit te stoten.

Drie weken geleden lag ik in haar bed… te wachten en te wachten met m’n gebruikelijke jaloezie en een eenzaam biertje voor me. Wie of wat zou komen, ik weet het misschien. Ik had haar altijd al voorgehouden dat het geen stand kon houden, wij, ons. Als ik dat haar drie of vier keer per week voorhield dan was het weinig. Ik kon me niet inhouden, het flapte er gewoon uit… de macht om ook maar enige greep te houden op een relatie heb ik nooit gehad… misschien ook nooit gewild, afstoten, aantrekken, afstoten, aantrekken….
En toch…

De deur zwaaide open en ze kwam huilend en schuddend haar kleine kamer in… ik schrok me rot. Ze zag er prachtig verdrietig uit, haar ogen die teneergeslagen met dikke oogleden, het was pure pijn. Ook mijn pijn. Ik hees haar in het bed en begon te knuffelen zoals ik dat niet eerder had gedaan, ik kuste haar nek, haar voorhoofd, haar ogen, die mooie ogen en greep haar zo stevig mogelijk vast en vroeg niet eens wat er gebeurd was… dat zou wel komen… “thom, laat me nooit alleen, alsjeblieft, laat me nooit alleen, dat trek ik niet” Mijn enige reactie was dat dat ook niet zou gebeuren.

Drie weken later, het was nu twee weken uit en nog altijd die bewondering en liefde die door m’n aderen stroomde… het valt niet te stoppen. Ze was iemand anders tegengekomen, waarmee ze leuke programma’s kon zien en goed mee kon praten… het voelde ontzettend goed met hem, anders, anders zoals altijd.
Nog altijd zie ik lichaamsdelen, hoor ik grapjes, voel de liefde, een huppel, springend in de lucht, haar gezicht, haar ogen…

We liepen naar haar huis en ik vroeg wat er aan mij dan wel bijzonder was. Ik had mooie ogen, zei ze. Maar dat is geen basis, de basis is de verwachting. De verwachting dat alles beter is, dan daar waar je bent.
En ik weet dat elke voorspelling uitkomt, zeker als je er naar leeft.

dinsdag 9 september 2008

zo'n mooie woensdagavond

Het is een heerlijke avond. Na nog wat na gepraat te hebben voor t buurtcentrum, stap ik op m’n fiets en rijd ik weg. Mijn handen voelen wat koud en prikkelig. Net als mijn humeur… maar niet verkeerd, meer opgewonden. Het is net alsof ik een nieuwe wereld binnenstap. Hoewel het meer een ontdekking is van oude gevoelens met nieuwe frisse gedachten. Langzaam gaan m’n voeten rond en ik denk dingen. Ach ja dat doet men wel meer. Ondertussen, niet vervelend, maar hoest ik, zoals zo vaak, diep vanuit de buik, dat ik besluit me er aan over te geven en de inhoud van mijn maag even naar rechts te gooien. Dat lucht op!

Even verderop zie ik twee jongens, de een met een hoed en halflang krullend haar en de ander met… nee die zie ik niet goed… ik moet mijn mond afvegen. Het laatste restje bierkots komt er uit. Ik denk dat het komt door die jongens. Zo vrij als ze lopen, denkend dat ze de hele wereld aan kunnen met hun “nieuwe” blik op de wereld… Ik voel ‘t aan ze. “Wij zijn de generatie die t oplossen en buiten de maatschappij staan… bijzonder…” En t enige wat ik denk: Even een klein mesje, even schampen, zonder dat ze ‘t zien of beseffen. Mmm… Maar ik houd me in en rij langszij… Haat, afschuw… heerlijk, heerlijk, heerlijk…

Voor ik t weet ben ik minstens 100 meter hen voorbij. En zowaar nog twee gozertjes die zwalkend de weg bezetten, niet eens het fietspad, nee, net zo arrogant als ik ooit was… de autoweg over. Ik houd me in… ik denk niet aan rare dingen, nee niet denken! Eindelijk er voorbij, gooit zo’n puber zijn blikje bier naar me toe… Ik hoor ’t achter m’n rug, bier dat wegloopt en het blikje dat neerkomt op het gras naast de weg. In hun stoerheid gegooid naar een argeloze voorbijganger, wetend dat die nooit zal reageren. Maar dat is dit keer anders. Ik rem, stap af, doe m’n fiets op slot en pak m’n tas. De tinteling in mijn hoofd galmt door heel mijn lichaam… Eindelijk, ja ja ja…!

Ik vertel hen dat het zo jammer is dat je een blikje bier weggooit: “Jammer, dat je je bier weggooit. Wat is het namelijk lekker om door de alcohol minder pijn te voelen. Kijk, je kan natuurlijk ook gewoon denken alles te kunnen doen zonder dat er een gevolg aan kleeft, maar dat zal vanavond toch even anders lopen. Kijk ik heb namelijk tot mijn vreugde wat kleine dingetjes bij me… zie! Ze zijn niet eens zo scherp, maar toch? Je kan er kan flink wat schade mee aanbrengen.”

De twee jongens staan wat brutaal voor zich uit te kijken en lachen me een beetje uit… Vooral die met het blonde haar. Ik denk alleen maar: Eens zal er toch een streep door zulke sukkels gezet worden en ik haal het vleesmes met een krachtige haal door de linkerwang van de blonde jongen… ’t Bloed loopt in mooie verticale lijnen over zijn wang en hij zucht meer dan dat hij schreeuwt… De andere gast loopt verschrikt naar de tweede baan van de weg en weet eigenlijk niet waar hij heen moet… maakt niet uit! Mijn blonde god grijpt naar zijn wang en probeert ook te ontkomen, maar dat zal niet lukken… ik steek ‘m in z’n maag en hij buigt voor me… Ik pak m bij z’n lokken en vraag of hij wel eens vaker buikpijn heeft gehad bij het beledigen van mensen? Ik wacht ’t antwoord niet eens af en na nog een haal langs zijn keel is t over… Hij gorgelt een beetje, naja, je kan niet alles hebben. Ik smeer ’t restje bloed aan zijn schouder af en stop het mes weg…

Ik pak m’n fiets en verlang naar een wijntje… lekker voor de tv, muziek aan en daarna lekker slapen, ja, dat gaat wel lukken…