Ik vind iconen leuk en rare kruizen. Ik hou van muzikanten die bevlogen en bezeten worstelen met hun geloof en vooral met zichzelf. Ik hou van kerken en cathedralen. De vormen waarin de kerken verdeeld worden; de glas in loodramen; de doodskoppen op de vloer; de bijna onleesbare grafteksten; de kou van de wind die waait door de kerk (blij dat ik geen kerkganger ben, het spreekwoord klopt); het matheuspassion in een kerk; en dus de boeken die gaan over het geloof. En oja, de musea die zijn gevestigd in oude synagogen.
En dan kom ik wel eens mensen tegen die hun rotsvast geloof in de man/vrouw met de baard of dingen die we “niet kunnen zien, maar er wel degelijk zijn”, plotseling in een gesprek mijn kant opgooien. Ik krijg daar dezelfde spontane braakneigingen bij, zoals Stan uit Southpark krijgt, wanneer zijn vriendinnetje hem probeert te zoenen. Ik krijg gevoelens in het kruis alsof er een onverdoofde castratie bij me wordt uitgevoerd. En vooral krijg ik nazistische gedachten dit soort mensen systematisch uit onze samenleving te verwijderen.

