Posts tonen met het label zo'n mooie.... Alle posts tonen
Posts tonen met het label zo'n mooie.... Alle posts tonen

donderdag 16 oktober 2008

het is weer het weer niet

Met zijn blote voeten loopt hij door het zand. In z’n rechterhand een plastic bekertje met rode wijn. Een dubbele anders blijf je halen. Het is net als altijd op welk kolere festival dan ook… dat klote bier zet geen zoden aan de dijk, aangelengd met water of wat voor smerig spul dan ook om die goede vijf procent of meer onderuit te halen. Het lopen door zand is best zwaar, maar de hitte is aangenaam. Lekker zweet dat een beetje zoetig ruikt. T. voelt zich goed… idiote mensen kijken die staan te dansen of met elkaar bekken. Af en toe mensen die duidelijk een pilletje te veel hebben genomen en languit in het zand liggen. Hij moet er niet aan denken: Zweet bedekt met zand… een pilletje zou ie wel lusten.

Bovenaan de duin bekijkt ie ‘t terrein beneden hem, een deinende mensenmassa die elk hun eigen wil hebben en van tent naar tent trekken… optredens van band tot band volgend en het zachte gras vernietigend. Over een paar jaar zullen ze zelf rottend eronder liggen. Dat is een geruststellende gedachte.

Na een kwartier, kennelijk in gedachte verzonken, ziet hij opeens een gast met een hondje… zo’n wit ding met veel haar voor z’n ogen. Dat past niet bij die kerel. Zelf groot en fors, een spijkerjack zonder mouwen eraan om z’n harige schouders gehangen… type neanderthaler.
Lachen!… Hoewel? Dat kleine hondje doet niet wat die reus wil. En voor T. beseft wat er gebeurd ziet hij het hondje een halve meter omhoog vliegen… “schopte die gozer ‘m nou?”

En voor die gedachte ten einde is, trekt die gozer aan de hondenriem en hangt de hond op voor een seconde of drie. T. neemt een aanloop en met een karatesprong trapt ie de gast in z’n rug… die valt voorover en terwijl hij neerkomt draait ie zich om kijkt T. recht in ’t gezicht. “Die kijkt niet blij.” Naast ‘m duiken opeens vier andere neanderthalers op. “Oeps!”

De benen beginnen te verzuren, de hitte is nu zo lekker niet meer… Snel, snel… snel, snel… schnellllll!!! Voor T. kan bedenken wat ie moet doen duikt hij een willekeurige tent in… en die heeft maar een uitgang… de apen zitten hem op de hielen. En “godver, ze hebben knuppels, waar halen ze die nou weer vandaan?” Hij struikelt en op de grond kijkt hij waar die klootzakken zijn. Hij voelt iets warms in zijn buik en ziet een knuppel op z’n gezicht af komen. Het laatste wat hij kan denken, is: "Het is weer het weer niet!"

vrijdag 26 september 2008

zo'n mooie woensdagochtend

Het is 10.10 en mijn oren worden verrast met vreemde geluiden. Muziek lijkt het wel… maar van slechte kwaliteit… een luidspreker, dat is het. Het is geen goed tijdstip om wakker te worden. Een Amerikaans schrijver zei eens dat het geheim van een goed leven bestaat uit het opstaan rond het middaguur. Zo wordt je tenminste 70 jaar. En prettig gestoord. Daar wil ik me ook aan houden.

De muziek is iets Nederlands, Frans Bauer of weet ik veel. Muziek waar je je nabestaanden graag mee wil treiteren op je begrafenis. Helaas is iedereen dan zo “in rouw” dat ze met andere zoetsappige klotemuziek aan komen zetten. Ik kan er niet eens opkomen welke muziek ik bedoel, godzeidank.

Een rilling gaat door m’n lijf. En de muziek irriteert me zo erg dat de handen wit worden van het drukken tegen mijn oren. “Meine seele brennt”. Ja dat is een goede omschrijving… het hoofd begint te beuken op de muur om het weg te krijgen. Eerst maar pissen, maar daar in de badkamer wordt het geluid erger. Ik klim op de pot en kijk uit het raampje. Een wat ouder busje, geel en met ballonnen op de zijkant geschilderd, staat vlak na de brug te tetteren… ik hoor nu ook af en toe een schelle stem iets omroepen… er is iets wat je kan winnen… nou ik niet…

In mijn nachtkloffie, oftewel onderbroek net aangeschoten, ren ik naar buiten. Ik zal ze ns leren. Ik schiet de tuin uit en… loop weer terug. Met woorden zullen ze het niet begrijpen, ik pak een gebroken tegel, draai me om en zet het op een lopen.. de straat is lang… de focus op de wagen, de wil om niet te lijden groot en ik smijt het eerste fragment door het linkerraam van de auto… het kaatst terug, maar breekt het glas… ik pak het tweede stuk en werp het tegen het hoofd van de bestuurder… even nog… dan rust. Ik ren terug, steek een sigaret op en dan die heerlijke rust. Na het roken besluit ik er nog een uurtje of twee slaap te nemen. Dan is het een uurtje of half een. Zo word je tenminste 70 jaar. En prettig gestoord. Maar eerst pissen.